Horeca & zaalverhuur

Amsterdam & Rotterdam

Het is 2012. Het dieptepunt van de economische crisis en het hoogtepunt van de jeugdwerkloosheid in Nederland. Er wordt van alles beweerd over werkloze jongeren. Maar niemand vraagt de jongeren zélf hoe ze tegen hun situatie aankijken. Dit was het begin van Fabian Dekker’s fascinatie voor jeugdwerkloosheid. Nu is hij als expert en onderzoeker betrokken bij het platform Jongeren, Werk en Hoop.

Media en politici berichten dat de jeugdwerkloosheid in Nederland daalt. Toch trek jij als arbeidssocioloog aan de bel. Waarom eigenlijk?
Fabian Dekker: ‘Wat je ziet is dat niet iedereen op dezelfde manier van de economische groei profiteert in Nederland. Lageropgeleide jongeren en jongeren met een niet-Westerse migratie-achtergrond staan nog bovengemiddeld vaak aan de kant. En dan hebben we ook nog de groep jonge mensen die graag meer uren zou willen werken dan ze nu doen en de groep die ik ‘spookjongeren’ noem. Dit zijn jongeren die überhaupt niet in beeld zijn bij professionals of hulpverleners.

Ook al zijn er gelukkig steeds meer jongeren in ons land aan het werk en doen we het in Europees verband ontzettend goed, het blijft een groot probleem dat veel aandacht verdient.’

Je bent zelf gepromoveerd aan de universiteit van Rotterdam. Zie je een verschil tussen deze stad en andere steden wat betreft jeugdwerkloosheid?
‘Er zijn zeker verschillen. In de grote steden is de arbeidsdeelname van jonge mensen veruit het laagst. Dat heeft onder andere te maken met de grotere groep lageropgeleiden en jonge mensen met een migranten achtergrond, maar ook met de economische structuur van een regio.’

Wat verwacht het platform te kunnen bewerkstellingen?
‘Er zijn vijf allianties opgericht. Elke alliantie richt zich op een ander aspect binnen de bestrijding van jeugdwerkloosheid.

Jonge mensen zullen zich voor moeten bereiden op een meer internationale en gedigitaliseerde toekomst. Om die reden werkt een alliantie met jonge kinderen op basisscholen aan 21ste eeuwse vaardigheden die ze later hard nodig zullen hebben maar die er nu bij in schieten. Denk aan bijvoorbeeld programmeren.’

En verder?
Ondernemerschapsvaardigheden worden ook steeds belangrijker. Daarom gaat een andere alliantie jongeren leren hoe ze bijvoorbeeld zelf een bedrijf op kunnen zetten. Weer een ander project richt zich op de thuissituatie van kinderen en jongeren, om die mee te kunnen nemen in de aanpak en te kijken wat ouders nodig hebben om hun kinderen te ondersteunen richting werk. Bij weer een ander project wordt er verbinding gelegd tussen groepen jonge mensen, denk aan young professionals en jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt. Groepen die voorheen in gescheiden werelden leefden. Tot slot is er een alliantie die zich richt op de vraagzijde van de arbeidsmarkt. Zonder werkgevers bij dit platform te betrekken bereik je namelijk niets. Er gaat heel veel gebeuren dus!’

Waarom is het belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan naar jeugdwerkloosheid?
‘Op dit moment weten we nog veel te weinig wat werkt en wat niet in de strijd tegen jeugdwerkloosheid. Ik herinner me dat ik in 2015 een interview gaf aan het NRC Handelsblad met als bizarre eindconstatering dat we in Rotterdam niet of nauwelijks de aanpak jeugdwerkloosheid evalueerden. Welke aanpakken en initiatieven werken? Welke niet? Wat is de verklaring voor het succes van een project? Al die zaken moeten onderzocht worden. Hier is een goede tool voor nodig die er nu nog niet is. Hierdoor is de bestrijding van jeugdwerkloosheid nu nog een stuk minder effectief dan het zou kunnen zijn.

Als onderzoeker help ik met het ontwikkelen van deze tool binnen het platform Jongeren, Werk en Hoop. Dit doe ik niet alleen. Samen met de allianties en experts als oud-minister Ad Melkert werken we hier met z’n allen aan. Het doel is om een evaluatiemodel te ontwikkelen waarmee wetenschappelijk onderbouwd in beeld gebracht kan worden hoe doeltreffend projecten zijn geweest. Een belangrijk handvat voor de toekomst.’

Is dit alles niet meer een taak voor de overheid?
Het platform Jongeren, Werk en Hoop is niet als vervanging bedoeld voor het lopende beleid, maar als een waardevolle aanvulling. Het zou toch fantastisch zijn als dit platform een steentje bij kan dragen in de strijd tegen jeugdwerkloosheid? Het is te gek voor woorden dat we het normaal vinden dat jeugdwerkloosheid twee keer zo groot is als het landelijk gemiddelde. Daar ga ik me niet zomaar bij neerleggen.’

Je gaat voor de lezers van De Nieuwe Poort elke zes weken een blog bijhouden over het platform en jouw onderzoek. Wat mogen we verwachten?

‘Ik ga de lezers niet alleen op de hoogte houden van de voortgang van het platform en het onderzoek, maar ook van nieuwe interventies op het gebied van jeugdwerkloosheid. En natuurlijk van alle bijzondere personen die ik tegenkom op mijn weg.’

 


Jeugdwerkloosheid in cijfers

In Nederland zijn er ruim 150.000 werkzoekende jongeren tussen de 15 en 25 jaar. Tussen 25-35 jaar zijn dat er nog eens 150.000. Nederlanders met een migratieachtergrond en laagopgeleide vrouwen worden twee keer zo hard getroffen. Daarnaast is er een toenemende ongelijkheid in kansen waargenomen in Nederland. Met Jongeren, Werk en Hoop wil De Nieuwe Poort jeugdwerkloosheid duurzaam bestrijden.


In de In gesprek met-reeks bevragen we elke editie een expert op het gebied van jeugdwerkloosheid. Waar liggen de problemen, waar de kansen? Wat moet er echt anders? Volgende keer praten we met Selma Klinkhamer, directeur van een van de moeilijkste scholen in Rotterdam en onlangs uitgeroepen tot Beste Schoolleider van Nederland.

Voor meer informatie over het platform klik hier.