Horeca & zaalverhuur

Amsterdam & Rotterdam

Op 9 maart was er in De Nieuwe Poort een grote dialoog over migratie en werk. Een interessant debat vlak voor de verkiezingen waarbij partijen recht tegenover elkaar staan als het om migratie gaat.  Het land lijkt zich te verdelen in twee kampen. “We moeten de grenzen sluiten” tegenover “iedereen is welkom”. Hoe kunnen we onbevangen naar de kansen en bedreigingen van migratie kijken? Wij spraken Heleen Ellemeet, directeur van Stichting Migratierecht Nederland en tevens initiator van een reeks diner pensants over het onderwerp migratie en de dialoog op 9 maart.

Heleen EllemeetVorig jaar benaderde jij De Nieuwe Poort met het idee voor serie gesprekken over migratie. Hoe kun je aan zo’n gepolariseerd debat een effectieve bijdrage leveren?
Politiek en media besteden veel aandacht aan dit onderwerp, maar het lijkt alsof betrokkenen alleen standpunten uitwisselen zonder elkaar beter te begrijpen. Een tijd geleden was ik aanwezig bij een diner pensant over de rechtsstaat in De Nieuwe Poort. Het was een bijzondere avond. Hoewel ik niemand van de aanwezigen kende, ging ik aan het einde van de avond naar huis met het gevoel dat ik al mijn tafelgenoten een beetje kende en wij een diepgaande gesprek hadden gevoerd. Zo’n avond wilde ik ook organiseren over het onderwerp migratie, waarbij betrokkenen die doorgaans in hun eigen wereldje zitten, echt met elkaar praten en samen tot een beter begrip komen van de verschillende aspecten van migratie. Bij DNP vonden ze dat een goed idee en later is ook nog Expat Center Amsterdam betrokken. Want we hebben een brede blik; migranten zijn natuurlijk niet alleen de veelbesproken asielzoekers.

Een behoorlijk uitdaging, om mensen met uiteenlopende meningen over migratie nader tot elkaar te brengen.
Dat klopt, omdat mensen met een uitgesproken mening over dit onderwerp in een hoek worden gedrukt. Of je bent een xenofobe racist of je bent een gutmensch zonder realiteitszin. Maar als je mensen in een hoek drukt, dan luisteren ze niet meer naar elkaar. Die tegenstelling van of je bent bang voor alles wat vreemd is, of geen enkele grens willen hebben, daar willen wij aan voorbij gaan. Veel mensen zitten overigens in het midden. Migranten die ze persoonlijk kennen vinden zij wel okee, maar ze zijn ook bezorgd over de aantallen.

Is er dan een soort zwijgend middengroep die niet gehoord wordt?
Ja, maar er zijn ook veel mensen die hun eigen sores hebben. Zo is de arbeidsmarkt onzekerder dan voorheen, bijvoorbeeld voor veel jongeren die geen baan kunnen vinden. Ik sprak bij DNP iemand die in een Groningse gemeente een project wilde doen met jonge vluchtelingen, waarop de burgemeester hem er op wees, dat hij misschien eerst met de ‘eigen’ jeugd in die gemeente aan de slag moest.

Dus op 9 maart werd gezocht naar ‘de middenweg’? Of het welbekende Nederlandse poldermodel?
Nee, maar wij willen laten zien dat migratie veel verschillende facetten heeft. Sommige hebben te maken met humanitaire of morele verplichtingen. Andere hebben te maken met economisch eigenbelang. Ik hoorde Ernst Hirsch Ballin vorig jaar een parallel trekken tussen vluchtelingen en mensen die juist heel erg ageren tegen de komst van vluchtelingen: voor beide groepen geldt dat het vaak om mensen gaat wiens levensprojecten zijn gefrustreerd. Hij zette ze dus niet tegenover elkaar, maar juist naast elkaar.  Met oog voor ieders kwetsbaarheden.

Gezien de heftigheid van het debat rondom migratie lijkt het af en toe lijkt het wel alsof wij in paniek zijn. Hoe lukt het dan nog om tegenstellingen te overbruggen?
Dat gevoel van paniek wordt deels veroorzaakt door de taal die politici gebruiken. Door kennis en persoonlijke verhalen te delen, doen mensen nieuwe inzichten op en moet het zeker lukken om nader tot elkaar te komen. Tijdens onze Diner Pensants zitten ondernemers, beleidsmakers, professionals die in de praktijk met migranten werken, juristen, vluchtelingen en andere migranten aan tafel. Die doen daar allemaal nieuwe inzichten op. Zo vertelde een tafelgenote hoe vernederend zij het vond om ieder jaar met haar Nederlandse partner een papiertje bij de vreemdelingendienst te moeten halen. Een formaliteit, maar voor haar voelde het als een jaarlijkse herinnering dat ze er nog altijd niet helemaal bij hoorde. Een beleidsmedewerker heeft daar natuurlijk geen weet van. Perspectieven verschuiven tijdens deze gesprekken en dat is waar het om gaat als wij echt willen veranderen.

Er zijn serieuze zorgen rond migratie, zoals over de hogere werkloosheid of over criminaliteit onder mensen met een migratie-achtergrond. Zijn er ook oplossingen besproken tijdens de Diner Pensants?
Er is veel nuttige kennis, zowel uit wetenschappelijk onderzoek, als opgedaan in de praktijk. Wij kunnen bijvoorbeeld nu lessen trekken uit een rapport over de integratie van vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië uit de jaren negentig. Die mensen moesten lang wachten om mee te kunnen doen en dat had negatieve gevolgen. Dan is het misschien een oplossing dat asielmigranten sneller mee kunnen doen, zonder meteen aanspraak te maken op een verblijfsvergunning. Wij moeten mensen hun talenten laten benutten.

Op 9 maart ging het vooral over werk. Sluit dat aan bij jouw pleidooi voor het eerder benutten van de talenten van migranten?
Zeker. Voor ieders eigenwaarde is het van belang om mee te kunnen doen, je te kunnen ontwikkelen en te kunnen doen waar je goed in bent. Een vakman of –vrouw jaren duimen laten draaien kan tot serieuze psychische problemen leiden en is bovendien doodzonde. Werk is dus heel belangrijk. Maar de vraag blijft natuurlijk waarom wij de ene arbeidsmigrant met open armen ontvangen en wij de ander een gelukszoeker noemen.  Welke economische overwegingen moeten leidend zijn in het migratiebeleid? En als “meedoen” de norm is, waarom mogen asielzoekers dan niet werken?