Amsterdam & Rotterdam

Selma Klinkhamer is directeur van Vakcollege de Hef, een van de moeilijkste scholen van Rotterdam. Ze werd onlangs uitgeroepen tot Beste Schoolleider van Nederland. In deze In gesprek met-editie vragen we haar: Wat moet er anders in Nederland?

U bent verkozen tot Beste Schoolleider van Nederland. Gefeliciteerd! Ik ben benieuwd, wat doet u anders dan anderen? Is er een geheime formule?
Selma Klinkhamer: ‘Het geheim zit ‘m in de uitvoering van de visie. Wij bedenken het niet alleen, maar we doen het ook echt. Deze formule deel ik overigens graag dus zo ‘geheim’ is het niet!’

Ok, daar gaan we. Wat hebt u ontdekt?
Dat het belangrijk is om in kansen en mogelijkheden te blijven denken, in plaats van repressief te reageren. Dat win je namelijk nooit. Een kind mag een fout maken, maar zal het zelf moeten leren herstellen. Straffen alleen helpt niet. Je verdiepen in wat je een ander aandoet met jouw negatieve gedrag wel, dat leidt tot inzichten en maakt leerlingen krachtig.’

Zoals de jongen die een vuurwerkbommetje op het schoolplein gooide en daarna besloot vuurwerkvoorlichting te gaan geven?
‘Ja, precies! Een leerling gooide tijdens de pauze een vuurwerkbommetje op het plein. Gevolg: enorm veel schade en schrik. Iedereen dacht dat ik die jongen van school zou trappen. Maar wat levert dat op? Die jongen zat in zijn laatste jaar en de kans is groot dat het verkeerd zou aflopen met hem als ik ‘m weg had gestuurd. Ik heb hem toen met zijn ouders uitgenodigd voor een gesprek op school. Ik vertelde hem dat ik aangifte zou doen bij de politie maar vroeg hem óók hoe hij dit voorval op school op wilde gaan lossen. Hij kwam toen met het idee om vuurwerkvoorlichting te gaan geven in alle 28 klassen. Vooral dat leerlingen uit oorlogsgebieden zich rot waren geschrokken, greep hem aan. Hij heeft vervolgens keurig zijn diploma gehaald. Iedereen blij.’

Hoe ziet een dag op school er bij jullie uit?
‘Wij beginnen iedere dag begint met een dagstart. Daarin benadrukken we samen met de mentor het waarom van het onderwijs. ‘Waarom kom je naar school?’ ‘Wat wil je graag leren om die goede vakman of –vrouw te worden?’ Pas na deze gesprekken beginnen de lessen. Verder hebben we een leerlingenraad, die meedenkt over het beleid in de school. We nemen daar op democratische wijze besluiten. Ook dat is burgerschapsvorming. Mijn leerlingen zijn mijn beste adviseurs.’

Springen jullie ook in op het nieuws of heftige dingen die gebeuren in de wereld?
‘Ja. Tijdens de dagstart bespreken we ook de actualiteit. Leerlingen leren zo in de intimiteit van het klaslokaal een mening te vormen. We gaan daarbij geen enkel onderwerp uit de weg. Zo proberen we onze leerlingen krachtig te maken en zelfvertrouwen te geven, waardoor ze een alternatief hebben en “nee” durven te zeggen tegen invloeden van de straat, hoe verleidelijk die ook zijn.’

RVC de Hef bestaat uit 530 leerlingen met vijftig verschillende nationaliteiten en staat op het snijpunt van drie achterstandswijken. Was het destijds een bewuste keus om directeur te worden van deze school?
‘Ja. Ik had zelf allerlei vooroordelen over Rotterdam-Zuid en leerlingen die de straatcultuur leken te omarmen. Het imago van het VMBO hielp daarbij ook niet. Ik heb ondanks die gedachten geprobeerd me erin te verdiepen en het te begrijpen. Want als er één plek was waar iets moest gebeuren dan was het hier wel. En dus wilde ik de uitdaging aangaan, al was het maar om mijn eigen aannames hierover te onderzoeken.

Het is bijzonder om met leerlingen te werken waarvoor kansen en groeimogelijkheden niet vanzelfsprekend zijn. Ook voor de ouders hier was het niet vanzelfsprekend om hun kind te begeleiden in hun schoolcarrière. Maar ook zij zien nu in hoe belangrijk het is om te participeren. Tegenwoordig hebben we 100% ouderbetrokkenheid. We zeggen in onze maatschappij vaak dat iets niet kan, maar het is vaak gewoon een kwestie van anders organiseren.’

Wat zou er op grote schaal anders moeten om ervoor te zorgen dat er steeds minder jeugdwerkloosheid komt?
‘Het imago van beroepsopleidingen verdient een positieve waardering. Zolang we denken dat alleen het “hoogste” goed is in onze samenleving, schieten we ons doel echt voorbij. Je merkt nu al dat goed technisch personeel nauwelijks te vinden is. De economie trekt weer aan en we zijn vergeten om personeel op te leiden. Het leek onaantrekkelijk om bijvoorbeeld te leren timmeren en nu zitten we met een probleem. Laten we dus samenwerken met ROC’s en het bedrijfsleven zodat we jongeren opleiden voor de banen van morgen.’


Hoe belangrijk is een diploma tegenwoordig nog? Zijn jongeren zich hier bewust van?
‘Een diploma is zeker nodig, maar zolang wij VMBO-leerlingen niet echt waarderen, zullen zij zelf ook het belang van een diploma niet inzien.

Kansen krijg je niet zomaar, die moet je zelf ontwikkelen en willen leren zien. Loopbaanoriëntatie is de ruggengraat van ons curriculum en vakmanschap staat daarbij centraal. Wij leren de leerlingen verlangen naar daar waar ze nodig zijn. Want er is wel degelijk perspectief voor ze, vooral in de Techniek en de Zorg. Wij kunnen niet zonder die goede vakmensen.’

Stel, u ziet als school een leerling steeds meer afglijden. Wat kun je dan doen?
‘Wij proberen te voorkomen dat het misgaat. Dat hebben we geïntegreerd in ons concept. Een belangrijk onderdeel zijn de speciale MOL-gesprekken (Mentor-Ouder-Leerling). Deze gesprekken voeren we vier keer per jaar en duren minimaal 20 minuten. De leerling bereidt zijn eigen gesprek voor en geeft een presentatie over wat hij de afgelopen periode geleerd heeft en wat zijn doelen voor de komende periode zijn. Ouders en mentor luisteren en stellen kritische vragen. Vervolgens bepalen we met elkaar wat we kunnen doen mocht het toch mis gaan.

De rol van de mentor is cruciaal, deze zorgt iedere dag weer voor een goede relatie. Zonder goed contact is presteren bijna onmogelijk voor onze leerlingen. De dialoog aangaan, luisteren, zelfvertrouwen kweken en vakmanschap centraal zetten. Dat is ons geheim.’

Jeugdwerkloosheid in cijfers
In Nederland zijn er ruim 150.000 werkzoekende jongeren tussen de 15 en 25 jaar. Tussen 25-35 jaar zijn dat er nog eens 150.000. Nederlanders met een migratieachtergrond en laagopgeleide vrouwen worden twee keer zo hard getroffen. Daarnaast is er een toenemende ongelijkheid in kansen waargenomen in Nederland. De Nieuwe Poort is een speciaal platform gestart, Jongeren, Werk en Hoop. Hiermee willen we niet alleen onderzoeken wat er anders moet, maar het ook dóen. Lees hier hoe.

In de In gesprek met-reeks bevragen we elke editie een expert op het gebied van jongeren en jeugdwerkloosheid. Waar liggen de problemen, waar de kansen? Wat moet er echt anders? Lees hier de editie met Fabian Dekker, arbeidssocioloog en jeugdwerkloosheidsonderzoeker.