Amsterdam & Rotterdam

Margrite Kalverboer is de Kinderombudsvrouw van Nederland. Zij weet als geen ander wat er speelt onder kinderen en jongeren in Nederland. In deze In gesprek met-editie praten we met haar over het verlangen om ‘normaal’ te zijn, stress en burgerschapsles.

De druk die kinderen en jongeren ervaren wordt steeds hoger. Veel kinderen hebben stressklachten of burn-outs. Hoe kijken ze daar zelf tegenaan?
Margrite Kalverboer: ‘Onlangs kwam er een onderzoek uit naar de gezondheid van kinderen. Daaruit bleek dat de stress onder kinderen en jongeren nu zo hoog is dat het echt een gezondheidsrisico aan het worden is. Kinderen moeten tegenwoordig heel veel. Van zichzelf, maar ook van hun ouders en van hun school. Er worden hele hoge eisen aan ze gesteld.’

Welke rol speelt school daarin?
‘Scholen zitten in een lastig pakket; om geld te krijgen moeten ze aan allerlei kwaliteitseisen voldoen. Tegelijkertijd maakt dit de druk voor leerlingen weer hoger. Maar het is niet alleen school. Het zit in ons hele systeem. Kinderen hebben steeds meer het gevoel dat ze als cijfer of product worden gezien.’

‘De echt belangrijke dingen in het leven kunnen kinderen feilloos definiëren’

De samenleving stelt kinderen niet voorop, zegt u. Waar ligt de focus volgens u dan wel?
‘Bij economische belangen. Pijnlijk, maar waar. Als je het bijvoorbeeld aan kinderen vraagt, zouden heel veel bedrijven nu niet meer bestaan. Kledingwinkels die met kinderarbeid werken of organisaties die slecht met duurzaamheid omgaan. Bedrijven denken niet kindergericht of toekomstgericht, maar alleen aan winst.’

Wat vinden kinderen zelf het belangrijkst in hun leven?
‘Oprechte aandacht van hun familie, vrienden en de groep waar ze bij horen. De echt belangrijke dingen in het leven kunnen kinderen feilloos definiëren.’

Hoe kijkt u aan tegen de burgerschapslessen die nu op scholen gegeven worden?
‘Kinderen geven aan dat ze vooral behoefte hebben aan praktische ondersteuning in dit soort lessen. Hoe ga ik goed om met geld? Hoe geef ik me op voor een studie? Hoe doe ik straks belastingaangifte? Dat is ook burgerschapsvorming, daar kun je op de basisschool al mee beginnen. Verder pleit ik ervoor om in deze lessen kinderen voor te houden wat ‘normaal’ is, en hen zo zelf te laten inzien of het oké is wat er bij hen thuis gebeurt.’

Wat bedoelt u daarmee?
‘Kinderen willen vooral ‘normaal’ zijn, maar weten vaak niet wat dat is. Als een kind thuis mishandeld wordt of mantelzorger is, dan kan een kind denken dat dat overal zo gaat. Als je kinderen een duidelijke ‘normaal’ voorspiegelt, dan kunnen ze zelf hun eigen situatie daaraan toetsen en hopelijk aan de bel trekken.’

Maar wat is ‘normaal’?  
‘Je moet uiteraard uitkijken dat dat ‘normaal’ geen waardeoordeel in zich heeft. Het gaat om bepaalde standaardwaarden die nodig zijn voor een veilige en stabiele omgeving. Door kinderen die voor te houden, kun je ze empoweren. Dat zou een goede toevoeging zijn aan de burgerschapslessen. Maar het blijft lastig, omdat veel kinderen op school niet graag praten over wat er thuis mis is. Dan nemen ze thuis mee naar school en ‘vergiftigen’ ze zo die fijne omgeving. Daar moet dus goed naar gekeken worden.’

‘Geef kinderen die in armoede leven zakgeld in plaats van een fiets’

‘Het praten over maatschappelijk moeilijke thema’s, dat is nu ook een onderwerp dat je veel hoort. Kinderen geven aan dat docenten vaak de sociale complexe problemen die zij tegenkomen in hun leven niet goed kunnen behandelen. Volgens hen weet een wiskundedocent of leraar Nederlands te weinig af van onderwerpen als kindermishandeling of misbruik om daar zinnig in een klas over te kunnen praten. Ook daar moet dus nodig naar gekeken worden.’

U spreekt veel kinderen die in kwetsbare situaties zitten. Die in pleeggezinnen terecht zijn gekomen of langdurig in armoede leven. Hoe kijken zij tegen hun leven aan?
‘Kinderen geven hun eigen leefsituatie over het algemeen best een hoog cijfer. Pas als probleem op probleem gestapeld wordt, geven ze hun leven een onvoldoende. Als volwassene kun je daar weleens naar kijken en denken; nou, ik zou zelf een heel ander cijfer geven. Maar je moet niet vergeten dat kinderen vaak niet beter weten.

Prof.dr.mr. Margrite Kalverboer (1960)

Hoe kun je deze groep het best helpen?
‘Je moet kinderen met problemen vragen wat zíj nodig hebben. Luister niet alleen, maar vraag hen dat ook praktisch. Dan kun je als school of hulpverlener echt iets betekenen. Kinderen kunnen dat namelijk zelf heel goed inschatten op het moment dat er problemen zijn. Maar dan moeten ze zelf dus wel eerst doorhebben dat er thuis iets niet klopt.’

De kloof tussen kansrijk en kansarm wordt in Nederland steeds groter. Hebben kinderen dat zelf door?
‘Of zij zelf echt het verschil merken heb ik ze eigenlijk nooit gevraagd. Net als veel mensen zitten kinderen ook vast in hun eigen cirkeltje. Mensen met dezelfde achtergrond zijn nu eenmaal geneigd naar elkaar toe te trekken. Dat zie je op studentenverenigingen, maar ook in wijken. Nederland wordt zich er wel steeds meer bewust van, gelukkig. Ook omtrent racisme.’

‘Veel vmbo’ers zeggen tegen mij dat ze ‘heus niet dom zijn’. Dat raakt me’

‘Wat er nu vaak gedaan wordt voor kinderen die in armoede leven, is dat er vanuit een hulpprogramma een fiets of laptop cadeau wordt gedaan. Ik stel voor dat we deze potjes gebruiken om die kinderen zakgeld te geven. Dat geeft een heel ander signaal af.’

Een van de programma’s van het platform Jongeren, Werk en Hoop is om young professionals te koppelen aan ‘kwetsbare jongeren’. Hoe kijkt u daar tegenaan?
‘Het is mooi als er programma’s zijn die werelden verbinden. Ik zie dat er veel partijen zijn die hele goede dingen doen. Buddyprojecten bijvoorbeeld, die zag je vroeger echt niet.’

Een andere belangrijke pijler van het platform is om vmbo’ers les te geven in ondernemen. Vindt u dat een goed idee?
‘Ja. Het is belangrijk om hun horizon hierin verbreden. Voor veel vmbo’ers is ondernemen namelijk helemaal geen optie in hun hoofd. Dat komt ook door hoe onze maatschappij naar hen kijkt. Veel vmbo’ers zeggen tegen mij dat ze ‘heus niet dom zijn’. Dat leeft dus bij hen. Dat raakt me, als kinderen dat zeggen.’

Wat zou er gedaan moeten worden?
‘Dan kom ik toch weer terug op die werelden verbinden. En kinderen al vanaf jongs af aan empoweren zodat ze voor zichzelf op kunnen komen. En uiteraard blijf ik als Kinderombudsvrouw de komende jaren met man en macht hun rechten vertegenwoordigen. Vooral van kwetsbare kinderen, die hebben mijn stem het hardst nodig.’


Jongeren, Werk en Hoop
Dit interview maakt deel uit van het platform Jongeren, Werk en Hoop. Met dit platform onderzoekt De Nieuwe Poort hoe jeugdwerkloosheid in Nederland duurzaam bestreden kan worden. In de In gesprek met-reeks bevragen we elke editie een expert op het gebied van jongeren en jeugdwerkloosheid. Dit doen we om inzicht te krijgen in het complexe probleem dat jeugdwerkloosheid is. Samen vragen we ons: waar liggen de problemen, waar de kansen?

Lees hier het interview met Selma Klinkhamer, directeur van een van de moeilijkste scholen van Rotterdam en recent verkozen tot Beste Schoolleider van Nederland.