Social Kitchen Amsterdam en Rotterdam

Dit artikel verscheen eerder in de juli-editie van het vakblad Sociaal Bestek, hét tijdschrift voor werk, inkomen en zorg.


New deal jeugdwerkloosheid: sterker door samenwerking

De jeugdwerkloosheid in ons land is bijzonder laag. Het aantal jonge mensen zonder baan is lager dan voor de economische crisis van 2008. En toch dreigen sommige jongeren tussen wal en schip te raken. Dit is een belangrijke reden voor de oprichting van het platform Jongeren, Werk en Hoop.

Hoewel de jeugdwerkloosheid (tot 27 jaar) als gevolg van een weer aantrekkende economie daalt (tot ongeveer 8% in het begin van dit jaar), liggen de cijfers voor jongeren zonder startkwalificatie aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde (circa 12% van de jonge beroepsbevolking zonder startkwalificatie heeft geen werk). Hetzelfde geldt voor de werkloosheid onder jongeren met een niet-Westerse migrantenachtergrond (circa 17%). Ook zijn er nog altijd 84.000 jongeren die zowel niet werken als geen opleiding volgen.

Andere groepen bewegen zich zelfs volledig buiten het beeld van de gangbare statistieken, de zogenoemde spookjongeren. De Rotterdamse Rekenkamer liet in dit verband zien dat het aantal dakloze jongeren aanzienlijk is toegenomen tussen 2015 en 2017. Tot slot constateerde het Toezicht Sociaal Domein in het begin van dit jaar dat steeds meer jongeren met een arbeids- beperking of gedragsproblemen zonder uitkering thuis zitten. Mogelijk heeft dit laatste ook te maken met de komst van de Participatiewet, waarbij jongeren niet langer een Wajong-uitkering krijgen maar zijn gaan vallen onder de strengere regels van de nieuwe wetgeving. Dus ondanks de weer aantrekkende economie krijgen kwetsbare groepen jongeren nog steeds geen duurzame voet tussen de deur bij werkgevers.

Ontmoetingscentrum
Voor stichting De Nieuwe Poort is dit alles de reden voor oprichting van een nieuw jongerenplatform: Jongeren, Werk en Hoop. De Nieuwe Poort is een ontmoetingscentrum en is gevestigd in Amsterdam en Rotterdam. Ze richt zich met haar activiteiten zoals het organiseren van lezingen en bijeenkomsten naar eigen zeggen op ‘een stuk bezinning op de wereld waarin we leven.’ Binnen het platform Jongeren, Werk en Hoop zijn bijna twintig stichtingen aangesloten, gegroepeerd rondom vijf centrale thema’s bij het tegengaan van jeugdwerkloosheid, te weten: ouderbetrokkenheid (‘aandacht’), mentoring (‘verbinding’), 21e eeuwse vaardigheden (‘vaardigheden’), ondernemerschap (‘dromen’) en werkgeversdienstverlening (‘kansen’).

Het gaat om uiteenlopende stichtingen die participeren, variërend van partijen zoals IMC Weekendschool, Jong Ondernemen, JINC en de Stichting Lezen en Schrijven tot en met Nederland Cares, Giving Back, Big Brothers Big Sisters, de Katrol, Think2Link en ontwikkelaars van programmeerlessen zoals Bomberbot. Met als primaire doel om door onderlinge samenwerking de werkloosheid onder kwetsbare groepen jongeren te lijf te gaan. Bijzonder aan het jongerenplatform is dat stichtingen op basis van vele gesprekken de samenwerking hebben gezocht en hun horizon verbreden door met elkaar nieuwe activiteiten te ontwikkelen die ze door heel Nederland uitvoeren. Op 4 oktober 2017 viel in het bijzijn van sprekers Jesse Klaver en Marja van Bijsterveldt het startschot voor het jongerenplatform. Inmiddels is het platform meer dan een half jaar actief. In deze bijdrage presenteren we de eerste resultaten.

Evaluatieonderzoek
Een belangrijk onderdeel van het jongerenplatform vormt een begeleidend evaluatieonderzoek. Dit dient twee doelen. Het idee is allereerst om de mate van doeltreffendheid per samenwerkingsverband in beeld te brengen. Daarnaast worden alle initiatieven geplaatst naast de al bestaande inzichten in wat werkt in de strijd tegen jeugd- werkloosheid. Hiervoor zijn ongeveer negentig academische bronnen bestudeerd. Wat hierbij opvalt is dat we eigenlijk helemaal nog niet zoveel weten als het gaat om de vraag wat nu precies werkt (Dekker 2018).

Opvallend genoeg ontbreekt het in de literatuur vaak aan een directe relatie tussen een interventie en de latere baanvindkansen van jongeren. Wat dat betreft is er nog altijd een grote behoefte aan gedetailleerd inzicht in de effectiviteit van re-integratie instrumenten. In de literatuur rond jongeren en werk wordt er vooral gerapporteerd over tussenliggende opbrengsten van interventies, zoals versterking van de werknemersvaardigheden of vergroting van het sociale netwerk. Of een aanpak daadwerkelijk bijdraagt aan de kansen op werk blijft een blinde vlek. De werking van veel benaderingen blijft hierdoor ‘slechts’ in theoretische zin effectief. En in die gevallen waarbij wel effecten worden aangetoond zijn deze vooral zichtbaar in lage-inkomenslanden (Kluve et al. 2017).

Driehoek
Dit voorjaar presenteerde het samenwerkingsverband rond het thema ‘werkgeversdienstverlening’ haar resultaten. Deze coalitie bestaat uit de organisaties Everyday Heroes, Leids Inzet Collectief en Connecting2U, met als doel het ontwikkelen van een nieuw type werkgeversaanpak. Hoe krijgt deze samenwerking concreet vorm? Rond de opkomst van de Participatiewet in 2015 ontstond bij Everyday Heroes het besef dat er altijd (jonge) mensen zijn die tussen wal en schip dreigen te raken. Zo nemen sociale werkplaatsen geen nieuwe mensen meer aan en zijn het de bedrijven en overheidsinstellingen die nu meer dan ooit mensen moeten aannemen met een afstand tot werk. Zeker in de publieke sector gebeurt dit echter nog maar mondjesmaat. In 2016 waren in totaal (publiek en privaat) 57.800 Wajongers aan het werk, oftewel een arbeidsparticipatie van ‘slechts’ 23,7 procent werkende Wajongers (UWV 2018).

Ondanks dat steeds meer Wajongers werkzaam zijn bij een reguliere werkgever, behoort Nederland wat betreft de arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten tot de slechtst preste- rende landen in Europa (UWV 2017). De samenwerking binnen deze driehoek van organisaties is voortgekomen uit het besef dat jongeren soms de kwalificaties, ervaring en/of zelfstandigheid missen om aan het werk te komen. En aan de vraagzijde van de economie zien werkgevers door de bomen van regelingen soms het bos niet meer en klagen ze over ‘administratief gedoe’ bij het plaatsen van (jonge) mensen. Het idee is dat door het aanbieden van de juiste begeleiding, training en werkomgeving werkgevers worden ontzorgd en jongeren sneller een duurzame stap op de arbeidsmarkt kunnen maken. Organisaties en/of personen schaffen hiervoor Participatie Certificaten aan voor 3.500 euro, zodat mensen met een afstand tot werk een aantal praktische obstakels kunnen overwinnen. Het bedrag kan bijvoorbeeld worden ingezet voor het maken van een aanpassing op de werkplek, een vergoeding in de reiskosten, extra scholing of aanvullende begeleiding waardoor plaatsing mogelijk wordt.

Voorwaarden voor plaatsing via Participatie Certificaat zijn:
• Er moet sprake zijn van een arbeids- contract van minimaal een half jaar, waarbij gestreefd wordt naar contracten van minimaal zestien uur per week.
• De eventuele begeleiding van of cursus voor de kandidaat, aanpassingen op de werkplek en ondersteuning van het personeel moeten aantoonbaar geregeld zijn.

Personen die in aanmerking komen voor ondersteuning via Participatie Certificaten zijn:

• Kandidaten dieonder de banenafspraak vallen.

• Kandidaten die onder de Participatiewet vallen en geen wettelijk minimumloon kunnen verdienen.
• Kandidaten met een Wsw-Indicatie.
• Wajongers met arbeidsvermogen.
• Kandidaten met een Wiw of ID-baan (oude Melkert-banen).

Everyday Heroes ontwikkelt de Participatie Certificaten, het Leids Inzet Collectief legt, via de inzet van een oud-profvoetballer, de verbinding met betaald voetbalorganisaties (bvo’s) voor nieuwe werkplekken en het re-integratiebureau Connecting2U zorgt voor de nodige ondersteuning op de werkvloer. Zo kunnen er naast begeleiding door een reguliere jobcoach praktijkleermeesters worden aangesteld die iedere dag zorgen voor een briefing en begeleiding. In de afgelopen zes maanden zijn in totaal achttien jongeren met een afstand tot werk geplaatst bij twee betaald bvo’s: Sparta en FC Dordrecht. Een belangrijke succesfactor is het enthousiasme van een lokale ambassadeur, zoals in dit geval een ex-voetbalprof. Dit is een cruciale voorwaarde om mensen binnen en rondom bvo’s in beweging te krijgen. Inmiddels zijn ook mensen van andere bvo’s uitgenodigd om bij Sparta kennis te komen maken met hun manier van werken. Ook in eerdere studies naar succesvolle interventies wordt meermaals gewezen op het belang van ‘gedreven leiderschap’ die nieuwe partners aantrekt en waarde creëert voor de gehele aanpak. Ook valt op dat er al in een vroegtijdig stadium verbinding is gelegd met andere relevante partijen, zoals UWV, gemeenten en participatiebedrijven om zo in contact te kunnen komen met potentiële kandidaten.

‘Vertrouwen kweken bij jongeren die traditioneel nauwelijks kunnen terugvallen op ondersteuning vanuit het informele netwerk’

Houvast
Binnen de bvo’s voeren jongeren uiteenlopende werkzaamheden uit, van algemene facilitaire taken tot en met schoonmaakwerk in en rondom het stadion en het verzorgen van de catering. Deelnemende jongeren geven aan dat zij voor hun plaatsing niet alleen relevante werkervaring of een opleiding misten, maar ook structuur en ritme. Ook schortte het in hun beleving nog wel eens aan de motivatie om iets van het leven te willen maken na soms jaren van stilstand. Ze zeggen vooral gebaat te zijn bij houvast en begeleiders die kunnen bijsturen wanneer iets verkeerd gaat. Die begeleiding en het werkritme zorgen voor vertrouwen bij jongeren die traditioneel weinig tot niet kunnen terugvallen op ondersteuning vanuit het informele netwerk.

In het algemeen kunnen jongeren bij bvo’s werken aan hun motivatie en zelfvertrouwen en in een aantal gevallen zelfs weer hun eerder afgebroken opleiding oppakken. Voetbalorganisaties kunnen zonder al te veel administratieve rompslomp invulling geven aan de realisatie van hun maatschappelijke doelstellingen en aanschaffers van Participatie Certificaten geven in sommige gevallen direct invulling aan hun SROI-verplichtingen. Dit concrete voorbeeld laat zien dat nieuwe vormen van samenwerking in het sociaal domein eigenlijk een logische manier is om oplossingen te vinden voor de meest hardnekkige kanten van jeugdwerkloosheid. In het algemeen ontstaat het beeld van een vernieuwende en creatieve aanpak om jonge mensen met een afstand tot werk (weer) te laten participeren op de arbeidsmarkt. Wat dat betreft is de aanpak doeltreffend.

Maar kanttekeningen zijn er ook. Hoe kansrijk is het perspectief van deze doelgroep na afloop van het contract bij een bvo? Desgevraagd is er eigenlijk geen duidelijk zicht op wat er met jongeren gebeurt nadat ze zijn weggegaan. Soms is er nog wat contact via een groepsapp en er zijn, volgens onze gesprekspartners, enkele gevallen bekend waarbij jongeren vast in dienst zijn gekomen bij een van de bedrijven uit het netwerk van business clubs. Maar voor het overgrote deel is het vervolgtraject onzichtbaar. Daarom is een intentie uitgesproken om na deze pilotfase een doorontwikkeling te maken, waarbij in het ideale geval een vergelijking wordt gemaakt tussen de loopbaanontwikkeling van jonge mensen die in aanraking zijn gekomen met deze aanpak en bijbehorende begeleiding op de werkplek (de testgroep), en een groep die vergelijkbaar is met de testgroep en hier geen gebruik van heeft gemaakt (de controlegroep). Dit is in de praktijk vaak niet eenvoudig maar ook bij relatief kleine aantallen is het steeds beter mogelijk om dit type experimenten op te zetten en zo de effectiviteit vast te stellen.

Betekenis
In deze bijdrage laten we vooral zien hoe samenwerking verschil kan maken. Zeker in een tijd waarbij het overheidsbeleid te maken heeft met bezuinigingen en problemen van jongeren zich lijken te onttrekken aan het blikveld van publieke instanties, is er behoefte aan nieuw maatschappelijk initiatief. Het jongeren- platform richt zich met haar aanpak op het creëren van coalitievorming tussen partijen die dit niet eerder gedaan hebben. Daarnaast is een succesfactor het ontwikkelen van aanpakken die aansluiten bij de problemen en leefwereld van jongeren zelf. Naast de ontwikkeling van een nieuwe werkgeversaanpak in de voetbalwereld zullen we in december zien of ook de andere coalities doeltreffende aanpakken hebben ontwikkeld voor kwetsbare jongeren op de arbeidsmarkt. Zo ontwikkelen de stichtingen Jong Ondernemen en JINC samen een nieuw lesprogramma om jonge vmbo’ers (basis en kader) vertrouwd te maken met zelfstandig ondernemerschap, waarvan bekend is dat ondernemende vaardigheden in toenemende mate worden gewaardeerd door werkgevers. En er zijn nieuwe initiatieven in uitvoering rondom de bevordering van ouderbetrokkenheid en het aanleren van burgerschapscompetenties in Rotterdamse en Amsterdamse achterstandswijken. De belangrijkste succesfactoren die jongeren (weer) leiden naar school of werk zullen we met plezier rapporteren in Sociaal Bestek.


Literatuur
Dekker, F. (2018). Jongeren, Werk en Hoop. Voortgangsrapportage I. Amsterdam: De Nieuwe Poort.
Kluve, J., et al. (2017). Interventions to improve the labour market outcomes of youth: a systematic review. The Campbell Collaboration.
UWV (2017). UWV Arbeidsmarktanalyse 2017. Amsterdam: UWV.
UWV (2018). UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2017. Amsterdam: UWV.

Meer weten over het platform Jongeren, Werk en Hoop? Klik hier.