Social Kitchen Amsterdam en Rotterdam

Op het Bredero beroepsCollege weten ze wat ondernemen is

‘Ondernemen, dat is echt zo’n luxe woordje!’ roept H. De docente grinnikt, de leerlingen lachen. Natuurlijk, het is een grap. Maar er zit een kern van waarheid in. Want wie weet wat ondernemen eigenlijk écht inhoudt? Wat een ondernemer allemaal moet kunnen? En doet op een dag?

Op het Bredero Beroepscollege in Amsterdam-Noord kunnen de leerlingen er inmiddels een boekje over open doen. Begeleid door een ervaren coach krijgen deze derdeklassers namelijk een stoomcursus ondernemerschap. In acht lessen richten ze hun eigen bedrijf op en leren ze alles over samenwerken, omgaan met geld, ideeën pitchen, keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen. Het is een initiatief van JINC en Jong Ondernemen, als onderdeel van het platform Jongeren, Werk en Hoop van De Nieuwe Poort. Het doel is om deze jongeren de kneepjes van het ondernemersvak bij te brengen en zo hun blik op de toekomst te verbreden.

Lekker geld tellen
‘Vanaf nu zijn jullie geen leerlingen meer, maar ondernemers’, zegt de docente. De klas joelt. ‘We gaan handelen!’, roept M. ‘Wie weet wat een ondernemer doet?’ vraagt ze. ‘Bellen, regelen en iedereen vertellen wat hij moet doen’, zegt een leerling. ‘Maar wat als je een eenmanszaak hebt?’, vraagt de docent op haar beurt. ‘Als je dus ‘eigen baas’ bent? Wie moet je dan vertellen wat je moet doen? En hoe weet je dan precies wát je moet doen? De klas luistert aandachtig.

‘Wat is het voordeel van ondernemer zijn?’, vraagt de docent nu. ‘Veel geld verdienen en veel vrij zijn’, antwoordt een meisje. ‘Maar je moet ook heel hard werken’, brengt C. er tegenin. ‘Tenzij je veel mensen in dienst hebt, dan kan je lekker boven op kantoor geld gaan zitten tellen’, lacht N.

 


De test
‘Is het beter om met iemand samen te werken die hetzelfde is als jij, of juist met iemand die anders is?’, vraagt de docent nu. ‘Hetzelfde!’ roept D. ‘Dan ben je zo!’, hij drukt zijn handpalmen stevig tegen elkaar aan. Stoer kijkt hij de klas rond. ‘Waar ben jij goed in?’, vraagt de docente de jongen. ‘Dat weet ik niet’, antwoordt hij. ‘In praten!’, roept een meisje. De jongen knikt. Praten, dat kan hij wel. Maar of dat iets is waar je als ondernemer wat aan hebt, dat weet hij zo net nog niet.

De leerlingen vullen een test in. De bedoeling is om erachter te komen waar ze van nature al goed in zijn. Als iemand iets zegt wat niet klopt dan: A: Ga ik in discussie en vertel ik dat het niet klopt. B: Laat ik het gaan. Als ik een beslissing maak, doe ik dat door: A: Informatie op te zoeken. B: Te doen wat als eerste in mij opkomt.

‘Hard werken betaalt zich altijd terug’, zegt de docent

Tien minuten later heeft iedereen zijn antwoorden klaar. D. blijkt met zijn praatjes een typische ‘geel’, H. een typische ‘rood’. De docente vraagt de leerlingen om teams te maken, bestaande uit zoveel mogelijk verschillende kleuren. De leerlingen komen erachter dat verschillende persoonlijkheidstypes in één bedrijf helemaal zo slecht nog niet is.                                                                         

S. is goed in samenwerken en het overzicht bewaren. Zij mag zich straks gaan wagen aan de planning. A. is nauwkeurig en goed met cijfers, hij wordt omgedoopt tot ‘de boekhouder’. Zo sommen de teamleden elkaars sterke eigenschappen op en worden er afspraken gemaakt. Voorzichtig wordt er al nagedacht over welk product of welke dienst er aangeboden gaat worden. ‘Sommige ondernemers hebben honderd ideeën en filteren er uiteindelijk één uit, anderen houden zich vast aan één idee en gaan daar helemaal voor. Niets is fout’, leert een Youtube-filmpje van twee jonge ondernemers de klas.

Goed opletten
H. weet al precies wat hij later wil doen. Hij wil een bedrijf beginnen in interieurbetimmering. Ramen, kozijnen; alles waar maar hout voor nodig is. Hoe hij het aan wil gaan pakken? ‘Eerst bij iemand in dienst om ervaring op te doen, goed opletten en daarna voor mezelf beginnen’, somt hij op. Maar waar hij dan allemaal precies op moet letten, dat weet hij nog niet helemaal.

‘Verdien je veel als je kapper bent?’ vraagt D. ‘Hard werken betaalt zich altijd terug’, antwoordt de docente. ‘Misschien wil ik later wel het restaurant van mijn ouders overnemen’, mijmert A. De leerlingen blijken dromen genoeg te hebben. Maar eerst gaan ze zich de komende weken storten op hun nieuwe rol als gezamenlijke ondernemer. De volgende les ontmoeten ze voor het eerst hun coach. Nu nog bedenken welk onmisbaar product er op de markt gebracht gaat worden.

De ondernemerslessen op het Bredero Beroepscollege in Amsterdam maken deel uit van het platform Jongeren, Werk en Hoop. Met dit platform zoekt De Nieuwe Poort naar nieuwe manieren in de (preventieve) strijd tegen jeugdwerkloosheid. Meer weten? Kijk hier!